Hannibal in de Alpen | De vergeten oorlog

Tag: Tunesië (Pagina 1 van 2)

De vlakte van Uthina

De vlakte van Uthina

De Eerste Punische Oorlog zou in 256 v.Chr. beslist hebben kunnen zijn door consul Regulus, die na een enorme overwinning op zee een leger overzette naar Afrika. Hij landde bij Aspis, plunderde omgeving (inclusief Kerkouane) en rukte op richting Tunis. Bij Uthina of Adys, dat u hierboven ziet, versloeg hij een Karthaags leger. De aanval op Karthago mislukte en het lot van Regulus is onbekend.

Regulus kwam oprukken vanaf rechts. Tunis is links achteraan te zien als een lichte witte streep.

Meer hierover in mijn boek over de Eerste Punische Oorlog, De vergeten oorlog. U bestelt het hier.

De zeemuren van Karthago

De zeemuren van Karthago

Een bezoeker van het huidige Karthago zal al snel belanden bij de opgraving die bekendstaat las het Quartier Magon (of Quartier de Magon). Vlakbij de zee, dus een aangename plek. Hier is onder meer een van de stadsmuur te zien die de havenstad beschermde, met een enorme poort. Hier begon de grote weg naar de citadel van Karthago, die in feite nog steeds in gebruik is (maar niet meer als voornaamste straat).

De massieve steenblokken maken nog altijd indruk, dus ga er kijken. Aan de overkant van de ooit grote weg is nog altijd een paleisje te zien dat ooit toebehoorde aan de Bey van Tunis. Ja, dat is de man die een koliek kreeg als hij de Nederlandse vlag hoorde wapperen. Dus tel uit je winst.

Meer hierover in mijn boek over de Eerste Punische Oorlog, De vergeten oorlog. U bestelt het hier.

Een kasteel genaamd Schild

Kelibia

Een van de plaatsen waar tijdens de Eerste Punische Oorlog is gevochten, is een fort dat in het Grieks Aspis heette en in het Latijn Clupea. Beide woorden betekenen “schild”. Het was de Romeinse basis in het huidige Tunesië. De haven van “Kelibia”, zoals Clupea nu heet, is nog altijd in gebruik. Op de citadel staat nog altijd een Ottomaans fort. En als je er nu naar kijkt, zie je dat het precies lijkt op een op de grond gelegd schild.

Meer hierover in mijn boek over de Eerste Punische Oorlog, De vergeten oorlog. U bestelt het hier.

Wat is er te zien in Kerkouane?

Kerkouane, Huis van de Sfinx

Hoewel archeologen op allerlei plaatsen Fenicische en Punische resten hebben opgegraven, betreft dat meestal individuele gebouwen. Het havenstadje Kerkouane is een van de weinige opgravingen waar de bezoeker een idee krijgt van een hele nederzetting. Woonhuizen, een heiligdom, werkplaatsen, grafvelden, een stadsmuur: het is er allemaal.

Lees verder

Wat is er te zien in Karthago?

Quartier Hannibal

Ook al is Karthago Unesco-werelderfgoed, verwacht er niet te veel van. Onder een moderne villawijk ligt de Romeinse stad Karthago, die zelf gebouwd is op de ruïnes van de Punische stad. Bij de zogeheten “tempel van Apollo” krijgt de bezoeker een indruk van het niveauverschil: het Punische heiligdom ligt meters diep. Hier moet ook een marktplein zijn geweest. De weg erlangs, de Rue Ibn Chabbat, volgt het tracé van de antieke hoofdstraat naar de Byrsa. Even ten oosten van dit heiligdom ligt aan zee, tegenover een voormalig paleis van de Bey van Tunis, het Quartier Magon. Opnieuw onder het maaiveld zijn daar de resten te zien van enkele antieke huizen, de stadsmuur en een poort.

Wat verder naar het zuidwesten liggen de tofet, de ronde oorlogshaven en de rechthoekige handelshaven. In een klein museum staat een maquette van het Admiraalsgebouw op het eilandje in de oorlogshaven. Op dat eilandje zijn de resten zichtbaar gemaakt van een van de werven.

Lees verder

Dermech

Dermech

Karthago bestaat nog steeds. Het is een wat slaperig Tunesisch stadje met veel mediterraan groen. Vrijstaande huizen met witte muren. Wat winkels en cafés. Een strand vol grind. Antieke ruïnes, waarvan die uit de Romeinse periode opvallender zijn dan die uit de tijd waarin Karthago de hoofdstad was van een wereldrijk rond de westelijke Middellandse Zee. Maar ook al zijn de oudste ruïnes niet zo markant, een tempel, een stadspoort, wat huizen, een begraafplaats en twee havens zijn toch herkenbaar. De bewoners zijn dan ook trots op dat vroegste verleden en hebben de straten vernoemd naar de oude goden (Rue Astarte), vorsten (Avenue Didon) en magistraten (Rue des suffetes). Er is een Lycée Hannibal, een Restaurant Le Punique, een Boulangerie Salambbo, een Sophonisbe Club. En wie met het treintje vanuit het nabijgelegen Tunis komt en uitstapt op station Dermech, zal zien dat een van de muren is versierd met een reeks olifanten.

Lees verder

De tofet van Karthago

De tofet van Karthago

De Karthagers, die brachten kinderoffers! Elke Griek of Romein wist het en het staat ook vermeld in onze bronnen, met als opvallendste voorbeeld de beschrijving die de Griekse auteur Diodoros van Sicilië in de eerste eeuw v.Chr. gaf van een offer van vele tientallen kinderen. Hij vertelt over een enorm bronzen beeld van de god Kronos, voorzien van twee handen waarop de priesters de slachtoffers plaatsten, die daarvandaan naar hun vuurdood rolden.

Eén probleem bij dit verhaal is dat Kronos een Griekse god is en dat we te maken hebben met een Griekse uitleg van de Punische cultuur. In dit geval is aannemelijk dat de god is bedoeld die de Puniërs Ba’al Hammon noemden, zodat we weten waar het feitelijk om gaat, maar even vaak vermoeden we dat een Griekse of Latijnse tekst de Karthaagse werkelijkheid niet goed weergeeft. Soms hebben we zelfs geen vermoeden van wat we niet weten. Hoe vaak dat voorkomt, valt uit de aard der zaak niet te zeggen. Dat er nauwelijks Punische bronnen zijn, is van dit alles de vanzelfsprekende verklaring.

Lees verder

“Temple Boys”

Beeld van een baby met vogel uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

In het jaar 310 v.Chr. belegerde Agathokles, de alleenheerser van Syracuse, Karthago. De bevolking van de stad begreep al snel dat ze goddelijke steun nodig had en besloot tot een dramatisch offer. Diodoros van Sicilië schrijft daarover dit:

Ze kozen tweehonderd kinderen uit de voornaamste families en offerden die in het openbaar. Niet minder dan driehonderd anderen, die ergens van waren beschuldigd, offerden zich vrijwillig. In de stad stond een bronzen beeld van Baal Hammon, met naar de grond toe uitgestrekte handen, de handpalmen naar boven, zodat een kind dat daarop was geplaatst er vanaf kon rollen en in een soort vurige put kon vallen.

Er bestaan reconstructies waarin het beeld van Baal Hammon een beestachtige kop heeft met een grote openstaande bek, zodat de armen – bewogen door middel van kettingen – konden dienen als een soort scheplepel om de kinderen omhoog te tillen en via de muil in het vuur te laten vallen. Dat is een wel erg fantasierijke uitleg van Diodoros’ beschrijving, die zo al naargeestig genoeg is. Lees verder

Een bezoek aan Karthago

De tofet van Karthago

Pas op de Byrsa zag ik toeristen. De hele dag hadden we moederziel alleen kunnen zwerven langs de ruïnes van Karthago. De enige mensen die we waren tegengekomen waren Tunesiërs geweest, die niet zelden ongevraagd goede raad gaven aan de vreemdelingen in hun stad: “weet u dat de metro momenteel niet stopt op halte Hannibal?”, “wees niet nodeloos bang maar er is hier vorige maand een zakkenroller gezien”, “aan de andere kassa hebben ze meer wisselgeld”.

Niet dat we op halte Hannibal hoefden zijn, niet dat we last hadden van zakkenrollers, niet dat we problemen ondervonden bij de kassa. Alles liep vandaag op rolletjes. Nou ja, er ging één ding mis en dat vertel ik straks nog wel. Maar het was eigenlijk een perfecte dag, die begon met een leuk, tjokvol boemeltreintje dat ons vanaf de haven van Tunis bracht naar Dermech, een wijk in Karthago. Voor het goede begrip: Karthago is een gewone, moderne stad vol met witte villa’s en winkels, hier en daar een ruïne, en ook diverse stationnetjes voor een light-rail-systeem.

Lees verder

De val van Karthago (4)

Slingersteen, opgegraven in de verwoestingslaag van Karthago (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

[Het eerste deel van deze reeks over de Derde Punische Oorlog was hier.]

Het ging Scipio vooral om Byrsa, het sterke bolwerk van de stad waarheen de meeste inwoners hun toevlucht hadden gezocht. Er liepen vanaf de Markt drie toegangswegen naar toe, aan weerskanten begrensd door huizen van zes verdiepingen. Van hieraf werden de Romeinen beschoten, maar ze veroverden de eerste huizen, vanwaar ze de bewoners van de belendende percelen konden aanvallen.

Toen ze die eenmaal in bezit hadden, legden ze balken en planken als bruggen over de nauwe doorgangen en liepen er zo overheen. Dit leidde tot een gevecht op de daken, terwijl het samentreffen zich ook wel in de stegen afspeelde. Overal was gekreun, gekrijs en geschreeuw te horen en de dood nam vele vormen aan. Sommigen werden neergestoken of levend van het dak afgegooid, anderen kwamen terecht in de punten van speren, steekwapens of zwaarden.

Tot de komst van Scipio in Byrsa durfde niemand de huizen in brand te steken, vanwege de mensen op de daken. Maar hij liet daarop de drie stegen tegelijk in brand steken, zij het met de opdracht bij elke brand de weg voor anderen vrij te houden zodat het leger gemakkelijk kon oprukken of zich terugtrekken.

Lees verder

« Oudere berichten

© 2022 Karthago

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑