Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Een vaak terugkerende vraag is die naar de herkomst van de Karthaagse krijgsolifanten. Het wapen is vanuit India geïntroduceerd in de legers van het Seleukidische Rijk (in Iran, Irak, Syrië en Turkije), maar het is weinig aannemelijk dat ook de Karthagers Indische olifanten inzetten.

Uit Polybios’ beschrijving van een gevecht tussen de Seleukiden en de Ptolemaiën van Egypte blijkt dat de laatsten kleinere olifanten hadden dan hun vijanden. Dit suggereert dat ze niet beschikten over Afrikaanse savanneolifanten, die groter zijn dan de Indische. Al sinds de jaren vijftig nemen oudhistorici daarom aan dat de Ptolemaiën Afrikaanse bosolifanten benutten, die inderdaad kleiner zijn. Ook de Karthagers, die nog verder van India af woonden, zouden zich hiervan hebben bediend. De aanname was dat bosolifanten, die tegenwoordig voorkomen in het tropisch regenwoud van Kameroen, destijds ook leefden in Eritrea, van waaruit ze dan naar Egypte en Karthago werden geëxporteerd.

Inmiddels zijn DNA-tests mogelijk. Als in Eritrea bosolifanten leefden, moeten die sporen hebben achtergelaten in het erfelijk materiaal van de daar momenteel wonende savanneolifanten. In 2013 is vastgesteld dat die sporen ontbreken, wat drie conclusies onontkoombaar maakt: er leefden nooit bosolifanten in Eritrea, de Ptolemaïsche koningen zetten savanneolifanten in, en Polybios heeft zich vergist. Een verklaring daarvoor is het Griekse stereotype dat alles in India groter was.

De Karthagers bemachtigden hun olifanten tevens in het Atlasgebergte, waar de antieke vegetatie minder leek op het tropische regenwoud dan op de savanne. Dat de Karthagers werkelijk savanneolifanten kenden, blijkt uit munten en reliëfs, waarop de dieren voorwaarts gepunte slagtanden en hoekige oren hebben – heel anders dan bosolifanten met hun ronde oren en neerwaartse slagtanden.

Savanneolifanten zijn uit te rusten met de op het plaatje hierboven vermelde houten torens. Bosolifanten waren daarentegen meer een groot rijdier, eerder angstaanjagend dan gevaarlijk. Het bewijs dat Hannibal savanneolifanten inzette, is echter vooralsnog indirect. We hebben meer zekerheid na DNA-studies van antiek botmateriaal uit het Atlasgebergte.

Literatuur

Michael B. Charles, “The African Elephants of Antiquity Revisited: Habitat and Representational Evidence” in: Historia 69/4 (2020) 392-407.

***

Het boek Hannibal in de Alpen is hier te bestellen. Het boek De vergeten oorlog verschijnt in maart, en u kunt het daar bestellen. De presentatie van Hannibal in de Alpen is op woensdagmiddag 19 januari van 15:00-16:00 uur. Meekijken kan hier.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]