Hannibal in de Alpen | De vergeten oorlog

Categorie: Museumstuk (Pagina 1 van 3)

Een Karthaagse munt

Munt uit Karthago (Bode-museum, Berlijn)

Het Bode-museum in Berlijn heeft een fenomenale collectie munten. Daar hoort ook bovenstaand exemplaar bij. Mijn foto is niet de allerbeste, ik weet het, maar het is duidelijk genoeg dat er een prachtig portret op staat. Een bedeltjes-halssnoer als dit heb ik nog nooit ergens gezien, maar dit model oorbel is werkelijk opgegraven.

Maar wie is deze dame? Het is vermoedelijk de godin Tanit, die erg populair was bij de Karthagers, maar de iconografie is gebaseerd op de Griekse godin Persefone. Dat was een vruchtbaarheidsgodin en het is geen toeval dat ze graanaren in het haar heeft gevlochten. Dit soort overnames van elkaars beeldentaal hoeven ons niet te verbazen. De Germanen hadden een godin die ze vereerden in een vorm die de Romeinen associeerden met Isis. De oorspronkelijke bewoners van Rio de Janeiro vereren nog altijd een godin Yemanja waarvan de iconografie is gebaseerd op de christelijke heilige Maria.  Het illustreert de veelkleurigheid van de antieke cultuur.

Lees verder

De helm van een huurling

Attisch-Chalcidische helm (Museo archeologico Antonio Salinas, Palermo)

Hoewel mijn boek De vergeten oorlog krijgsgeschiedenis is, ben ik niet zo geïnteresseerd in de tactische details. Daarover schrijven, wordt al snel een soort geweldsporno. Echt belangrijk is het ook niet. Het draait bij een conflict om de uitkomst en ook om de oorzaken en de gevolgen. Zelf ben ik geboeid door de kenbaarheid van het verleden, dus ik ga een discussie over deze of gene bron niet uit de weg. Maar om eerlijk te zijn: de fascinatie die sommigen hebben voor wapens, voor tactiek en voor de praktijk van het bloedvergieten, daar kan ik niks mee.

Ik kan dus weinig meer zeggen over bovenstaande helm dan dat ‘ie te zien is in het Museo archeologico “Antonio Salinas” in Palermo, waar ik lang geleden één keer ben geweest. Bij latere bezoeken was het museum in verbouwing, al begrijp ik dat het inmiddels is heropend. Als ik toch weer eens naar Sicilië zou kunnen…

Lees verder

Marcus Fulvius Flaccus

Inscriptie van Fulvius Flaccus (Capitolijnse Musea, Rome)

Bovenstaande inscriptie staat niet in mijn boek De vergeten oorlog en heeft ook niets te maken met het conflict tussen de Romeinen en de Karthagers. Toch is ze, beschadigd als ze is, relevant. Ze vertelt dat Marcus Fulvius Flaccus de stad Volsinii heeft onderworpen. Dat gebeurde in het jaar 264 v.Chr. We weten dat Fulvius op 1 november van dat jaar een triomftocht hield. Zijn collega Claudius was op dat moment in Messina, waar de eerste gevechten hadden plaatsgevonden van wat de Eerste Punische Oorlog zou worden.

In De vergeten oorlog wijs ik er nogal eens op dat de auteur van onze voornaamste bron, Polybios, werkt met een duidelijk model van het verleden. Hij meent dat de Mediterrane wereld verdeeld was in enkele lokale geschiedenissen en dat die in de Tweede Punische Oorlog een eenheid werden. Dat conflict zorgde dus voor een vormverandering van de geschiedenis.

Lees verder

Olifant met Stervende Galaat

Krijgsolifant in actie (Louvre, Parijs)

De olifant zal wel eeuwig met Karthago worden geassocieerd, hoewel dit geduchte wapen ook is ingezet door andere grote mogendheden. Het voorwerpje hierboven, te zien in het Louvre in Parijs, zal een illustratie zijn van een Seleukidische krijgsolifant. Het is namelijk gevonden in het Egeïsche Zee-gebied en toont hoe zo’n dikhuid korte metten maakt met een Galatische krijger. Die heeft nog geprobeerd met zijn zwaard in de voorpoten te steken, maar wordt weggedrukt en zijn zwaard punt inmiddels in een voor de olifant veilige richting.

De Galaten behoorden tot de La Tène-cultuur waartoe ook de huurlingen behoorden die in dienst waren van de Karthagers. Tijdens de Eerste Punische Oorlog vielen ze bijvoorbeeld de door de Romeinen bezette stad Palermo aan, wat uitliep op een catastrofe omdat ze zich moed hadden ingedronken. Ze werden vertrapt door hun eigen olifanten. Het plaatje hierboven illustreert hoe het zal zijn gegaan.

Lees verder

Neplatijn

Inscriptie ter ere van Duillius (Capitolijnse musea, Rome)

De Eerste Punische Oorlog was de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de oude geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Een landmacht tegen een zeemacht: dat moet wel een ingewikkeld conflict zijn. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Karthaagse vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Lees verder

Olifant

Olifant (Musée national de Carthage)

In een boek over Hannibal zijn de olifanten natuurlijk nooit helemaal te vermijden. Ze spreken nou eenmaal tot de verbeelding. Toch zijn ze eigenlijk zo belangrijk niet. Met zo’n drie dozijn dikhuiden begon het Karthaagse leger aan de mars naar de Alpen, met een half dozijn daalde het naar Italië af, en toen Hannibal Etrurië binnenviel, was er nog maar één in leven. Ze hebben nauwelijks een rol gespeeld in de Tweede Punische Oorlog.

Bovenstaande olifant is een detail van een grafstèle uit Karthago. Het dier is te identificeren als een Afrikaanse savanneolifant. We kunnen ons voorstellen dat zulke dieren met een toren werden uitgerust, zodat tijdens een veldslag soldaten daarvandaan konden vechten.

Meer over dit alles is te lezen in een kader in mijn boek Hannibal in de Alpen.

Scipio Africanus

Scipio (Archeologisch Museum, Napels)

Het was onvermijdelijk dat in de twee boeken die ik over Karthago schreef, Hannibal in de Alpen en De vergeten oorlog dus, enkele personages zouden terugkeren. Hannibal natuurlijk, zijn vader Hamilkar Barka, maar ook Scipio Africanus: de man die Hannibal versloeg. Anders dan Hannibal, van wie we niet weten hoe die eruit heeft gezien, hebben we wel het portret van Scipio.

Ik blogde al eens over de buste in de Capitolijnse Musea in Rome; bovenstaand portret is te zien in Napels. Het is gevonden in de Villa van de Papyri in Herculaneum, waar ook een mooie kop is te zien van Pyrrhos van Epirus.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Pyrrhos

Pyrrhos

Dit is een van de beroemdste portretten uit de Oudheid: Pyrrhos, de koning van Epeiros, een staat die lag in het zuiden van het huidige Albanië en het noordwesten van Griekenland. Ik weet nooit goed ik het woord moet spellen, want ik wil niet invisibiliseren en neig er daarom naar Griekse woorden zo Grieks mogelijk weer te geven. Ik vind echter ook dat de Romeinse provincienamen zó ingeburgerd zijn dat je daar van moet afblijven. Dus Epirus. Dat Pyrrhos dan weer Purrhos zou zijn, gaat me ook te ver. Ik ben gewoon niet consequent maar dat is geen enkel systeem.

Bovenstaand portret is gevonden in de Villa van de Papyri in Herculaneum en is nu te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels.

Lees verder

Italische soldaten

Italische soldaten uit de derde eeuw (Louvre, Parijs)

Een detail van eens sacrofaag, gevonden in Chiusi in Italië. Het stelt een Italische ruiter voor: bewapend met een rond schild, een speer en een helm zit hij te paard. Links wordt hij begeleid door een persoon die verschillend wordt geïdentificeerd. Sommigen zeggen dat het de demon Charun is, die de doden naar de Onderwereld begeleidt, ongeveer zoals Hermes in de Griekse mythologie. Een andere verklaring is dat het gewoon een infanterist is met een wat wonderlijk afgebeeld pantserhemd. Hoe dat ook zij, de ruiter geeft een beeld van de cavalerie in de derde eeuw v.Chr.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Stèles uit Hofra

Stèles uit El-Hofra (Louvre, Parijs)

Bovenstaande twee stèles, tegenwoordig in het Louvre in Parijs, zijn gevonden bij de Numidische stad Kirtan, het Romeinse Cirta en het huidige Constantine in Algerije. Voordat de Romeinen hier in 44 v.Chr. de macht overnamen, woonden in deze de Massyli, een van de twee grote Numidische groepen. De andere groep was die van de Masaeisyli – hoe verzin je zo’n naam? – en die woonden wat westelijker. Hoewel de oude Grieken in de naam van de antieke Numidiërs hun eigen woord voor rondzwervende herders herkenden, νομάδες, waren de mensen in deze regio geen nomaden. Ze waren sedentair.

We zien dat in Constantine (de moderne naam is het makkelijkst). Dat was in de voor-Romeinse tijd al een behoorlijke nederzetting en het is geen verrassing dat archeologen in het in 1950 ontdekte heiligdom van El-Hofra vele tientallen votiefstèles vonden. 281 waren voorzien van Punische inscripties (zoals de twee hierboven), 17 hadden Griekse inscripties, 7 hadden Latijnse inscripties, en de overige waren te beschadigd voor bestudering.

Lees verder

« Oudere berichten

© 2022 Karthago

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑