Hannibal in de Alpen | De vergeten oorlog

Categorie: Maghreb (Pagina 1 van 2)

Savanne- of bosolifanten?

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Een vaak terugkerende vraag is die naar de herkomst van de Karthaagse krijgsolifanten. Het wapen is vanuit India geïntroduceerd in de legers van het Seleukidische Rijk (in Iran, Irak, Syrië en Turkije), maar het is weinig aannemelijk dat ook de Karthagers Indische olifanten inzetten.

Uit Polybios’ beschrijving van een gevecht tussen de Seleukiden en de Ptolemaiën van Egypte blijkt dat de laatsten kleinere olifanten hadden dan hun vijanden. Dit suggereert dat ze niet beschikten over Afrikaanse savanneolifanten, die groter zijn dan de Indische. Al sinds de jaren vijftig nemen oudhistorici daarom aan dat de Ptolemaiën Afrikaanse bosolifanten benutten, die inderdaad kleiner zijn. Ook de Karthagers, die nog verder van India af woonden, zouden zich hiervan hebben bediend. De aanname was dat bosolifanten, die tegenwoordig voorkomen in het tropisch regenwoud van Kameroen, destijds ook leefden in Eritrea, van waaruit ze dan naar Egypte en Karthago werden geëxporteerd.

Lees verder

Stèles uit Hofra

Stèles uit El-Hofra (Louvre, Parijs)

Bovenstaande twee stèles, tegenwoordig in het Louvre in Parijs, zijn gevonden bij de Numidische stad Kirtan, het Romeinse Cirta en het huidige Constantine in Algerije. Voordat de Romeinen hier in 44 v.Chr. de macht overnamen, woonden in deze de Massyli, een van de twee grote Numidische groepen. De andere groep was die van de Masaeisyli – hoe verzin je zo’n naam? – en die woonden wat westelijker. Hoewel de oude Grieken in de naam van de antieke Numidiërs hun eigen woord voor rondzwervende herders herkenden, νομάδες, waren de mensen in deze regio geen nomaden. Ze waren sedentair.

We zien dat in Constantine (de moderne naam is het makkelijkst). Dat was in de voor-Romeinse tijd al een behoorlijke nederzetting en het is geen verrassing dat archeologen in het in 1950 ontdekte heiligdom van El-Hofra vele tientallen votiefstèles vonden. 281 waren voorzien van Punische inscripties (zoals de twee hierboven), 17 hadden Griekse inscripties, 7 hadden Latijnse inscripties, en de overige waren te beschadigd voor bestudering.

Lees verder

Médracen

Médracen

Vanaf de zesde eeuw v.Chr. ontstonden op de Hautes Plaines, het hoogland achter het kustgebergte van Algerije, steeds complexere, grotendeels sedentaire samenlevingen. Een eeuw later is de Griekse auteur Herodotos er stellig over dat deze mensen geen nomaden meer waren, een misverstand dat lijkt te zijn ingegeven door het feit dat de naam “Numidiërs” lijkt op  het Griekse woord nomades.

Al in de vierde eeuw v.Chr. waren er, als we de Griekse auteur Diodoros mogen geloven, volwaardige stadstaten, poleis. Nog een eeuw later, in de derde eeuw v.Chr. dus, valt de wereld van de Hautes Plaines zeker niet meer te typeren als stamsamenleving.

Lees verder

Opus africanum

De Punische resten bij Marsala

Even een stukje over muren. Want waarom zou je ook niet over muren schrijven? Zoals die hierboven, die in Marsala is te zien, vlakbij het archeologisch museum. De bouwwijze van de muur links staat bekend als opus Africanum, “Afrikaans werk”, en ik heb niet kunnen achterhalen of dat Romeins Latijn is. Het kan ook Neo-Latijn zijn, dat in de Oudheid nog niet deze betekenis had, zoals lorica segmentata en terra sigillata.

Stenen vakwerk

Hoe dat ook zij, de techniek komt erop neer dat de bouwers een frame maakten door vierkante stenen pilaren op te richten en daarna de vlakken tussen die pilaren vulden met puin, stenen en mortel. In feite een soort vakwerk maar dan van steen. In woonhuizen kon leem of stucwerk de eigenlijke muur aan het zicht onttrekken.

Lees verder

Een soldaat uit Numidië

Stèle uit El-Hofra (Archeologisch Museum van Cirta, Constantine)

Het heiligdom van El-Hofra ligt in het zuiden van het huidige Constantine, zoals de oude Numidische hoofdstad Kirtan tegenwoordig heet. Ook de Romeinse naam Cirta is gangbaar. Er zijn in El-Hofra 281 stèles gevonden, waarvan de overgrote meerderheid was voorzien van Punische inscripties. De meeste stammen uit de derde en tweede eeuw v.Chr.

De bovenstaande toont de bewapening van een Numidische soldaat. Een ovaal schild dat de Romeinen een scutum zouden noemen, twee zware en een lichte speer (pila, in het Latijn), een zwaard en – niet heel goed zichtbaar – een helm. Dit was een zwaarbewapende infanterist. Dat is opvallend, want onze bronnen suggereren dat de Numidiërs eigenlijk alleen lichtbewapende cavalerie leverden. Monumentjes als dit en grote monumenten als dat bij Zama maken duidelijk onze bronnen de variëteit van de Numidische strijdkrachten onderschatten.

Lees verder

Het Numidisch en het Proto-Berber

Algerijns verkiezingsaffiche, deels in een Berberschrift

De huidige Berbertalen stammen af van een oertaal, die te reconstrueren is en gesproken moet zijn geweest in de eerste helft van het eerste millennium v.Chr. Dit Proto-Berber kan de voorouder zijn van het Numidisch. Het is inderdaad aantrekkelijk de namen waarmee antieke teksten de bewoners van de hoogvlakte aanduiden – zoals Maxyen, Massyliërs en Masaeisyliërs – op te vatten als weergaven van vroege vormen van de naam waarmee moderne Berbers zichzelf aanduiden, Imazighen. Ook zijn er woorden die op elkaar lijken, zoals de titel van de heersers, gld, die lijkt op het Berberwoord voor koning, agellid.

Toch zijn er ook verschillen tussen het Numidisch en het Proto-Berber. De taal van de Numidiërs heeft zich, als die werkelijk van het Proto-Berber afstamt, opvallend snel ontwikkeld. Daarom overwegen taalkundigen ook dat het Numidisch en het Proto-Berber allebei teruggaan op een gemeenschappelijke voorouder, die enkele eeuwen eerder gesproken moet zijn geweest. Er zijn argumenten voor en tegen beide opvattingen.

Lees verder

Wat is er te zien bij Constantine?

Constantine

Constantine in Algerije, het antieke Kirtan of Cirta, ligt fenomenaal aan een diepe kloof, die het onmogelijk maakte het paleis van de Numidische vorsten te benaderen. Dat hebben ook latere heersers gezien, zodat dit punt altijd bewoond bleef. Van de Numidische residentie is daarom even weinig over als van de latere Romeinse stad, maar het paleis van Gaïa en Massinissa is geweest op de plek van de huidige kasba.

Lees verder

Numidische ruiter

Numidische ruiter

Deze Numidische ruiter uit de derde of tweede eeuw v.Chr. laat zich niet verder identificeren. Ook het mannetje achter hem, de dieren voor hem en het ringvormige voorwerp in zijn rechterhand onttrekken zich aan interpretatie. Er zijn diverse soortgelijke reliëfs bekend.

Gevonden in Abizar in Algerije is het momenteel te zien in het onderschatte Musée national des antiquités te Algiers.

Numidië

Timgad

De Numidiërs waren de mensen die woonden in het gebied ten westen van Karthago. Er waren twee regio’s, bewoond door de Massyliërs in het noordoosten van het huidige Algerije en de Masaeisyliërs in het noordwesten. Ik weet er vrijwel niets van. Daarom zit ik, tegen de tijd dat u dit leest, in het vliegtuig naar Tunis, van waaruit ik Karthago wil bezoeken om daarna richting Algiers te reizen. Daar hoop ik ten tijde van de verkiezingen te zijn, dus wie weet wat we gaan beleven.

Om de waarheid te zeggen heeft mijn reis iets van een vlucht. Ik heb twee krankzinnig drukke maanden achter de rug. Ik werk aan een boek. Mijn vorige boek is donderdag gepresenteerd. Mijn huis wordt verbouwd – ze zijn er al anderhalf jaar mee bezig – en de rust die ik zoek, wordt me juist daar waar je denkt jezelf te kunnen zijn, het luidruchtigst ontnomen. Afgelopen woensdag, nadat ik ook onverwacht een nieuwe computer had moeten kopen en installeren, bedacht ik dat ik behoefte had aan vakantie; dat heb ik niet vaak en komt schokkend snel nadat ik verfrist terug was gekomen van mijn schrijfzomer in Gemmenich. Kortom, ik ga op reis om, door iets nieuws te leren, de accu op te laden.

Lees verder

Hannibal: van Cannae tot Zama

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het derde van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Ondanks de bloedige nederlaag bij Cannae en het verlies van Capua weigerde de Senaat tot een vergelijk te komen. Logisch, want de strategische situatie was dezelfde gebleven: Romes vermogen afvallige bondgenoten te straffen was groter dan Hannibals vermogen hen te beschermen. De noodzaak de bondgenoten die hij wél had te beschermen, verzwakte bovendien Hannibals slagkracht. En hij kreeg nog altijd geen versterkingen. Kortom, er was geen enkele reden waarom Rome concessies zou doen.

Dus koos Hannibal voor een diplomatiek offensief dat de oorlog zou uitbreiden naar de Balkan. In 215 sloot hij een verbond met koning Philippos van Macedonië. Ook Syracuse werd een Karthaagse bondgenoot.

Lees verder

« Oudere berichten

© 2022 Karthago

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑