Hannibal in de Alpen | De vergeten oorlog

Auteur: Jona Lendering (Pagina 1 van 10)

De enterbrug

De “corvus”

De Eerste Punische Oorlog is weleens getypeerd als een gevecht tussen een olifant en een walvis, waarbij de Romeinse Republiek dan het landdier zou zijn en Karthago het zeedier. De beeldspraak is nogal ongelukkig, want als er in de populaire opinie nou één Karthaags beest is geweest, dan is het toch de olifant. Dat gezegd zijnde: de Eerste Punische Oorlog was een asymmetrische oorlog. De ene partij was een zeemacht en de andere landmacht.

In zo’n geval kan de oorlog op maar twee manieren eindigen. Óf de partijen zijn oorlogsmoe, zoals gebeurde na de Eerste Peloponnesische Oorlog (460-445), óf de partijen passen zich aan elkaar aan. Rome deed dat laatste door zichzelf opnieuw uit te vinden als een zeemacht. Daarbij speelde de enterbrug, ook bekend als corvus, een belangrijke rol. Hierboven een model, gemaakt door Martin Lokaj. Hiermee kon een zeeslag, waarbij het vaak draaide om het rammen van andere schepen, vrij eenvoudig worden omgezet in iets dat leek op een landslag.

Rome boekte er enorme successen mee, maar zag uiteindelijk ervan af, en won de beslissende zeeslag bij de Egadische Eilanden door schepen te bouwen die vooral snel waren.

Meer hierover in mijn boek over de Eerste Punische Oorlog, De vergeten oorlog. U bestelt het hier.

Boekpresentatie “De vergeten oorlog”

Als elk nadeel een voordeel heeft, dan is de verhouding bij de corona-epidemie vermoedelijk iets van 99:1. Een van de zeer, zeer weinige positieve dingen is dat we hebben ontdekt dat sommige dingen ook online kunnen. Lezingen en boekpresentaties bijvoorbeeld: je kunt ook thuis kijken/luisteren naar iets waar je anders een lange reis voor zou hebben moeten maken. Het is vergelijkbaar met de eerste boeken over kunst: je hoefde niet meer naar een museum in een verre stad te gaan, maar kon thuis de details bekijken, zonder de stress van de reis en de drukte van de tentoonstelling.

Lees verder

Messina

Messina

Dit is het Sarajavo van de Eerste Punische Oorlog: Messina. Aan de overkant ziet u de teen van Italië, vooraan de haven.

De stad was bezet door piraten, sommigen vroegen hulp in Karthago, anderen in Rome. Daardoor kwamen de twee grootmachten tegenover elkaar te staan. De militaire commandanten ter plekken begrepen als eersten dat een conflict om deze havenstad niet lokaal kon blijven en probeerden te de-escaleren, maar helaas deden ze dat niet gelijktijdig.

Lees verder

Een kasteel genaamd Schild

Kelibia

Een van de plaatsen waar tijdens de Eerste Punische Oorlog is gevochten, is een fort dat in het Grieks Aspis heette en in het Latijn Clupea. Beide woorden betekenen “schild”. Het was de Romeinse basis in het huidige Tunesië. De haven van “Kelibia”, zoals Clupea nu heet, is nog altijd in gebruik. Op de citadel staat nog altijd een Ottomaans fort. En als je er nu naar kijkt, zie je dat het precies lijkt op een op de grond gelegd schild.

Meer hierover in mijn boek over de Eerste Punische Oorlog, De vergeten oorlog. U bestelt het hier.

Een Karthaagse munt

Munt uit Karthago (Bode-museum, Berlijn)

Het Bode-museum in Berlijn heeft een fenomenale collectie munten. Daar hoort ook bovenstaand exemplaar bij. Mijn foto is niet de allerbeste, ik weet het, maar het is duidelijk genoeg dat er een prachtig portret op staat. Een bedeltjes-halssnoer als dit heb ik nog nooit ergens gezien, maar dit model oorbel is werkelijk opgegraven.

Maar wie is deze dame? Het is vermoedelijk de godin Tanit, die erg populair was bij de Karthagers, maar de iconografie is gebaseerd op de Griekse godin Persefone. Dat was een vruchtbaarheidsgodin en het is geen toeval dat ze graanaren in het haar heeft gevlochten. Dit soort overnames van elkaars beeldentaal hoeven ons niet te verbazen. De Germanen hadden een godin die ze vereerden in een vorm die de Romeinen associeerden met Isis. De oorspronkelijke bewoners van Rio de Janeiro vereren nog altijd een godin Yemanja waarvan de iconografie is gebaseerd op de christelijke heilige Maria.  Het illustreert de veelkleurigheid van de antieke cultuur.

Lees verder

De helm van een huurling

Attisch-Chalcidische helm (Museo archeologico Antonio Salinas, Palermo)

Hoewel mijn boek De vergeten oorlog krijgsgeschiedenis is, ben ik niet zo geïnteresseerd in de tactische details. Daarover schrijven, wordt al snel een soort geweldsporno. Echt belangrijk is het ook niet. Het draait bij een conflict om de uitkomst en ook om de oorzaken en de gevolgen. Zelf ben ik geboeid door de kenbaarheid van het verleden, dus ik ga een discussie over deze of gene bron niet uit de weg. Maar om eerlijk te zijn: de fascinatie die sommigen hebben voor wapens, voor tactiek en voor de praktijk van het bloedvergieten, daar kan ik niks mee.

Ik kan dus weinig meer zeggen over bovenstaande helm dan dat ‘ie te zien is in het Museo archeologico “Antonio Salinas” in Palermo, waar ik lang geleden één keer ben geweest. Bij latere bezoeken was het museum in verbouwing, al begrijp ik dat het inmiddels is heropend. Als ik toch weer eens naar Sicilië zou kunnen…

Lees verder

Marcus Fulvius Flaccus

Inscriptie van Fulvius Flaccus (Capitolijnse Musea, Rome)

Bovenstaande inscriptie staat niet in mijn boek De vergeten oorlog en heeft ook niets te maken met het conflict tussen de Romeinen en de Karthagers. Toch is ze, beschadigd als ze is, relevant. Ze vertelt dat Marcus Fulvius Flaccus de stad Volsinii heeft onderworpen. Dat gebeurde in het jaar 264 v.Chr. We weten dat Fulvius op 1 november van dat jaar een triomftocht hield. Zijn collega Claudius was op dat moment in Messina, waar de eerste gevechten hadden plaatsgevonden van wat de Eerste Punische Oorlog zou worden.

In De vergeten oorlog wijs ik er nogal eens op dat de auteur van onze voornaamste bron, Polybios, werkt met een duidelijk model van het verleden. Hij meent dat de Mediterrane wereld verdeeld was in enkele lokale geschiedenissen en dat die in de Tweede Punische Oorlog een eenheid werden. Dat conflict zorgde dus voor een vormverandering van de geschiedenis.

Lees verder

Olifant met Stervende Galaat

Krijgsolifant in actie (Louvre, Parijs)

De olifant zal wel eeuwig met Karthago worden geassocieerd, hoewel dit geduchte wapen ook is ingezet door andere grote mogendheden. Het voorwerpje hierboven, te zien in het Louvre in Parijs, zal een illustratie zijn van een Seleukidische krijgsolifant. Het is namelijk gevonden in het Egeïsche Zee-gebied en toont hoe zo’n dikhuid korte metten maakt met een Galatische krijger. Die heeft nog geprobeerd met zijn zwaard in de voorpoten te steken, maar wordt weggedrukt en zijn zwaard punt inmiddels in een voor de olifant veilige richting.

De Galaten behoorden tot de La Tène-cultuur waartoe ook de huurlingen behoorden die in dienst waren van de Karthagers. Tijdens de Eerste Punische Oorlog vielen ze bijvoorbeeld de door de Romeinen bezette stad Palermo aan, wat uitliep op een catastrofe omdat ze zich moed hadden ingedronken. Ze werden vertrapt door hun eigen olifanten. Het plaatje hierboven illustreert hoe het zal zijn gegaan.

Lees verder

Een boerderij uit de La Tène-periode

La Tène-boerderij (Archéosite, Aubechies)

De boerderij die u hierboven ziet, zult u niet meteen associëren met de tocht van Hannibal naar Italië. Het is een reconstructie van een boerderij uit de La Tène-C-periode, te zien in het museum Archéosite bij Aubechies. Toch heb ik deze foto als illustratie opgenomen in mijn boek Hannibal in de Alpen.

Een belangrijk deel van de puzzel waar Hannibal de Alpen overstak, is vaststellen wat de relatie was tussen de twee teksten van Polybios en Livius. Oppervlakkig bezien lijkt het erop dat laatstgenoemde zijn Griekse voorganger heeft overgeschreven. Livius geeft echter regelmatig informatie die niet te vinden is bij Polybios, maar wél lijkt terug te gaan op een ooggetuige. Zo vermeldt De Romeinse geschiedschrijver viculi, gehuchtjes, rond een castellum, een versterking. Bij Polybios is het een polis, een stad. In dit geval is Livius’ beschrijving wél in overeenstemming te brengen met het archeologisch bekende nederzettingenpatroon, terwijl Polybios’ woorden onmogelijk juist kunnen zijn.

Lees verder

Neplatijn

Inscriptie ter ere van Duillius (Capitolijnse musea, Rome)

De Eerste Punische Oorlog was de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de oude geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Een landmacht tegen een zeemacht: dat moet wel een ingewikkeld conflict zijn. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Karthaagse vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Lees verder

« Oudere berichten

© 2022 Karthago

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑